Knettergek

Zorgen voor kinderen is het mooiste, maar ook het moeilijkste wat er is: continu jezelf afvragen of je het wel goed genoeg doet en of je wel de juiste keuzes maakt, (te?) vaak je eigen behoeftes (zoals een goed boek lezen, uitslapen of gewoon een keer héél hard gillen) opzij zetten in het belang van de bloedjes en je altijd en immer Verantwoordelijk voelen (met een héle grote ‘V’). Ik denk weleens dat ik er uiteindelijk knettergek van zal worden. Of misschien ben ik dat inmiddels al wel. Soms ‘helikopter’ ik namelijk even boven mezelf en dan zie ik de vreemdste dingen gebeuren:

1. Zo maak ik mezelf belachelijk druk wanneer één van de koters al twee hele dagen niet heeft gepoept. Ik ga wanhopig in de weer met pruimenprut en Roosvicee Laxo, in de hoop dat er minimaal één klein keuteltje gegenereerd zal worden. En uiteindelijk verschoon ik dan, jubelend van opluchting, een overvolle luier, en ben ik zo blij dat het lijkt alsof ik zojuist hoogstpersoonlijk de Postcodekanjer binnen heb gehaald.

2.Ik kan zomaar midden in de nacht wakker schrikken van een zingende Furby. Want “hij wil vannacht echt bij jou logeren mama, anders is hij zo alleen”. En het wordt nog veel erger: ik betrap mezelf erop dat ik dat krijsende kreng zachtjes over zijn hoofd aan het kriebelen ben, omdat hij anders ondraaglijk hard blijft roepen dat het “aaien tijd” is.

3.Ook op mijn werk is mijn gekte inmiddels prominent aanwezig. Tijdens een overleg zet ik regelmatig spontaan, hardop (ja, echt), een heuse Elsa-imitatie in als een collega maar door blijft zagen over één of ander totaal niet ter zake doend onderwerp (“Laat het lòòòhòòòs, laat het gááán!”). En dan merk ik eigenlijk nauwelijks dat mijn vakgenoten toch wel enigszins bevreemd opkijken.

4.Daarnaast verzin ik de meest belachelijke, infantiele bijnamen voor mijn suikerhartjes. Ik weet ook niet precies waarom. Het gebeurt gewoon. Misschien wel omdat ik ze zó lief vind dat mijn brein bij tijd en wijle kortsluiting maakt en ik me hun echte namen even niet meer lijk te kunnen herinneren. En die schaamtevolle troetelnamen roep ik dus, zonder enige gêne (heel hard), als ik naar hen op zoek ben. Overal. Ook op openbare plekken.


5.Tenslotte lijk ik tegenwoordig van clichés aan elkaar te hangen. Van orakelen over “de tijd die voorbij vliegt”, “wat worden ze toch groot” en “de arme kindjes in Afrika” tot en met de welbekende bespuugde vinger die achtergebleven chocopasta in één veeg verwijdert na het ontbijt. Inderdaad, ik zeg en doe juist de dingen die ik vroeger zelf vreselijk vond.

Dus tref je op een dag, zomaar ergens in een speeltuin/zwembad/pretpark, een vrouw die haar uiterst vreemd benaamde kinderen roept omdat het tijd is voor hun dagelijkse portie overheerlijke pruimenmoes, en ze daarna (letterlijk) eigenhandig schoonpoetst, schrik dan niet (maar laat het lòòòhòòòs). Ik ben het maar. Knettergek, maar gelukkig totaal ongevaarlijk.


 
 

Reacties

Populaire berichten