Voogdij

Wat een dag. Ik dacht dat ik er vrij nuchter onder was. Ik zag het als iets praktisch wat even geregeld moest worden. Zo gepiept. Pas toen de rechter uitspraak deed en benoemde dat wij vanaf nu de voogdij over Thomas zouden hebben, besefte ik de grootsheid hiervan. Ik keek opzij en zag de emotie in de ogen van manlief. Gauw slikte ik mijn eigen tranen weg. Nog even niet.

Inmiddels is het avond. Ik zit op de bank, maar mijn hoofd is in de wolken. Niets, maar tegelijkertijd alles, is veranderd. Thomas is volledig aan onze zorg toevertrouwd en ik ben trotser dan trots. In mijn hoofd denk ik terug aan de weg die we met hem hebben afgelegd.

Alweer bijna vijf jaar geleden zag ik hem voor het eerst. Een guitig mannetje met bolle wangetjes en ontiegelijk veel energie. Een jongetje wat ik nog moest leren kennen en die andersom ook geen flauw idee had wie ik was. Langzamerhand kwamen we steeds een stukje dichter bij elkaar te staan en intussen zijn we onafscheidelijk. Ik kan hem lezen met mijn ogen dicht en, ondanks al onze verschillen, horen we gewoonweg bij elkaar.

Nu ben ik zijn pleegoudervoogd. Wat klinkt dat eigenlijk gek. Terugkijkend was het een heel proces om tot dit punt te komen. Eerst waren er gesprekken. Met de pleegzorgwerker. Met de voogd. Met de papa en mama van Thomas. Vrij snel was iedereen het erover eens: dit was voor hem de beste weg. Toch waren we voorzichtig, en spraken we een proefperiode af. Ouders kwamen voor het eerst bij ons thuis, en de bezoeken werden onbegeleid. We onderhielden zelf contact met hen en regelden alles wat er in de zorg voor Thomas nodig was.

Het ging goed, dus werd het tijd voor de papierwinkel. Het ene formulier na het andere werd opgevraagd, ingevuld en verzonden naar de rechtbank. Daarna begon het wachten op een zittingsdatum. Tot vandaag: eindelijk was het zover. Het lukte de ouders van Thomas niet om erbij te zijn, maar ze stuurden me een berichtje om ons succes te wensen. Het ontroerde me, zo bijzonder vond ik het. Nadat de voogd de spanning ietwat had opgevoerd door tien minuten te laat te komen, zaten we in de rechtszaal. Enkele vragen en een kwartiertje later stonden we weer buiten. “Waren alle zaken maar zo eenvoudig”, had de rechter verzucht.
 
Wat een dag. Ik zit op de bank ontzettend blij te wezen. Mijn nuchterheid is ver te zoeken, maar ik geniet. Wat een mijlpaal, en wat een intens mooi gevoel.
 
 
 

Reacties

Een reactie posten

Populaire berichten