Wiebeltand

Grote consternatie vanmorgen vroeg aan de ontbijttafel, want het is zover: Thomas heeft zijn eerste wiebeltand. Tijdens het happen in een boterham zegt hij dat zijn tandje zo’n  pijn doet en wijst hem met een ernstig en vertrokken gezicht aan. Ik kijk, voel en ja hoor: de tand zit hartstikke los. Na deze mededeling stort Thomas zich acuut hevig snikkend in mijn armen, want oh, wat vindt hij dit eng. Veranderingen zijn nu eenmaal niet zijn ding, en melktanden gaan wisselen is dan toch echt wel een hele gebeurtenis. Zeker omdat hij er totaal geen controle over heeft, het gebeurt gewoon, niets aan te doen.

Gelukkig hebben we Vera als blakend voorbeeld, als levend bewijs dat de wereld en hijzelf niet zullen vergaan zodra de tanden uit zijn mond gaan vallen. Zij is namelijk al volop aan het wisselen, tot haar grote vreugde. Het kan haar niet snel genoeg gaan, en ongeduldig als ze is wrikt ze zelf haar melktanden fanatiek heen en weer, totdat ze eindelijk aan haar sterke wil en draaiende vingers toegeven en aan nog maar één draadje in haar mond hangen. Waarop ze uiteraard niet te beroerd is om vol enthousiasme dit laatste draadje ook los te trekken en ons midden in de nacht te wekken omdat “hij er eindelijk uit is en nú in het tandendoosje moet!”. 

Wat een verschil dus met Thomas, die me nog steeds met grote, schichtige ogen aankijkt, wanneer ik hem uitleg wat er gaat gebeuren. Hij draait pas een klein beetje bij als ik hem het houten tandendoosje laat zien, dat ik, planner en control freak die ik ben, al een hele tijd geleden heb gekocht. Dat ziet er wel mooi uit, vindt hij. Daar mag zijn tandje straks wel in. En de gedachte dat zijn tandje er dan wel uit zal gaan komen, maar dat er een echte “ grotemensentand “ voor in de plaats komt, lijkt hem toch ook wel enigszins aan te spreken en gerust te stellen.

Zorgvuldig droog ik zijn tranen en ik biecht op dat ik het ook stiekem best een beetje spannend vind. Het is ook niet niks, veranderingen zijn ook lastig. Ik verzeker hem dat het echt wel goed zal gaan komen (en doe inwendig een schietgebedje dat dit inderdaad zo zal zijn en dat het niet één groot wisseldrama zal gaan worden). En heel duidelijk zeg ik hem dat ik zó ongelofelijk trots ben op hem, mijn kleine jongen, die nu ongemerkt toch weer een beetje groter is gegroeid. 

Reacties

Populaire berichten