Lappendeken

Ik vergelijk ons gezin weleens met een lappendeken. Een onsamenhangend geheel van stukjes stof in diverse kleuren. Elk exemplaar is anders. Her en der zit een steekje los, maar op één of andere manier vormen alle onderdelen toch samen één geheel, stevig aan elkaar vast.

Een lappendeken is bijzonder, net als ons gezin. Om te beginnen zijn manlief en ik spierwit, en Vera en Thomas beiden getint. Elke zomer wordt het contrast een beetje groter. Mijn melkflessen steken jammerlijk af tegen de bruine beentjes van de kinderen. Iets waar Vera als baby al onbedaarlijke pret om kon hebben. En uiteraard zie ik, dwars door mijn blanke huid heen, groen van jaloezie. Had ik ook maar zo’n prachtige zongebruinde snoet.

Een lappendeken valt op, net als ons gezin. Onopgemerkt ergens binnenkomen zit er niet in, en er worden altijd vragen gesteld. “Is het een tweeling?” “Uit welk land komt hij?” “En zij?” “Zijn ze broer en zus?” “Mogen ze altijd bij jullie blijven wonen?” Vragen zijn eigenlijk best oké, want daar kan ik op reageren en regelmatig ontstaat er dan een heel mooi gesprek. Lastiger zijn de blikken, het gefluister, het gestaar. Als ik Thomas’ luier moet verschonen na de zwemles, of als Vera hondsbrutaal tegen me tekeer gaat midden in de supermarkt. Of gewoon, omdat we ergens zijn. “Kijk, adoptiekinderen”, hoorde ik eens een man tegen zijn vrouw sissen, terwijl we ons in de K3 disco van Plopsaland bevonden. Niet echt de plek om eens uitgebreid het verschil tussen pleegzorg en adoptie uit de doeken te doen.

Maar naast bijzonder en opvallend, vind ik lappendekens vooral heel erg mooi. Net als ons gezin. Allemaal losse onderdelen, die toch zo onverwacht goed bij elkaar blijken te passen. Een unieke verzameling, en een eenheid om trots op te zijn.



 
 

Reacties

Populaire berichten